Werkbeschrijving
Ik denk dat de meubels en ruimtes die ik bouw het best te omschrijven zijn als objecten die ook gekwetste zielen met een saaie negen tot vijf baan in het geheim op hun zolder of in hun kelder maken. Ze zijn gemaakt om het leven dragelijk te maken en/of te beeindigen. Eén van mijn meubels is een omgebouwde schoolstoel waarin je jezelf door middel van een trapmechanisme al fietsend kan verhangen. Het trapmechanisme is zo gemaakt dat het touw slap gaat hangen als de beschouwer terwijl hij zichzelf probeert te verhangen buiten bewustzijn raakt. Zijn benen ontspannen dan en daarmee het touw ook. Je kan jezelf in principe nooit echt verhangen in de stoel.
De ruimtes ben ik gaan bouwen vanwege mijn streven om meer controle over de beschouwer te hebben. Door middel van hoogte- en temperatuurverschillen, krappe gangetjes, lichteffecten en het gebruik van verschillende materialen wordt de directe omgeving in en naar de ruimte beïnvloed. Ik maak regelmatig gebruik van bewegende onderdelen. Deze worden elektrisch aangedreven maar soms ook door de beschouwer zelf. Mijn laatste werk (Kamer #0) is een ruimte gebouwd van vuren balken en mdf platen. De buitenkant laat niet zien wat er zich binnen afspeelt. Via een krap donker gangetje is de ruimte te bereiken (aan het eind van het gangetje is een schijnsel van wit licht). De beschouwer moet in het gangetje twee keer een hoek om hierdoor kan hij niet direct zien waar hij naartoe loopt. Eenmaal het gangetje door komt hij in een kleine ruimte (hoger dan het gangetje) die helemaal bekleed is met blinkende aluminiumplaten. De enige lichtbronnen binnen zijn een roestvrijstalen lichtbak en een klein rond gat in de wand waar een industriële ventilator met veel lawaai lucht doorheen blaast. In het midden van de ruimte staat een bruine doktersbank. Het is er koud. De beschouwer is volledig afgesloten van de buitenruimte. De enige weg terug is hetzelfde krappe gangetje.
De thema’s in mijn werk draaien meestal rond angst, dood, lijden, seks en macht. Ik geloof dat angst een belangrijke leidraad is voor de mens. Zonder angst voor het lijden en de dood zouden er geen belangrijke levensvragen gesteld worden, alles zou voor vanzelfsprekend worden aangenomen. Met mijn werk wil ik even de macht overnemen van de beschouwer, ik geef hem een rol die hij eigenlijk niet wil.
Het werk Cilinder (2009) beschouw ik als een sleutelwerk omdat het mijn eerste interactieve werk is, mijn eerste beeld waar de beschouwer in kan en waarin ik even de macht over zijn leven overneem. Het is een grote houten ton van drie meter hoog en drie meter in doorsnee. De in elkaar grijpende en enigszins scharnierende planken worden samengehouden door drie ijzeren banden. Er zit een klein deurtje in met een veer die er voor zorgt dat het deurtje na binnenkomst automatisch achter de beschouwer dichtslaat. In de ton staat een tweede ton met een doorsnede van ongeveer 180cm. Hierdoor ontstaat er tussen de twee wanden een smalle ruimte, een ronde gang van ongeveer zestig centimter breed. In de gang hangt een houten paneel van drie meter hoog dat net breed genoeg is om tussen de wanden door te bewegen. De arm waaraan het paneel aan hangt is verbonden met een motor die is wegewerkt in de binnenste ton.
Als de beschouwer binnenstapt wordt de motor door een bewegingssensor (die aan de buitenkant boven het deurtje hangt) in werking gesteld. De wrijving tussen het bewegende paneel en de wanden zorgt voor veel lawaai. Het paneel komt achter de beschouwer aan die niks anders kan doen dan weglopen. Het gaat niet heel snel maar doorlopen is wel een vereiste. (Als de beschouwer veel harder loopt belandt hij achter het paneel. Het beweegt zich dan weg van hem, de rollen zijn omgedraaid). Het deurtje waar de beschouwer door binnen gekomen is, ziet er hetzelfde uit als de rest van de wand (aan de binnenkant zit geen klink) hierdoor is het moeilijk om de uitgang terug te vinden. Op de bewegingssensor zit een timer die er na twee minuten voor zorgt dat het paneel stopt met draaien. Hierdoor kan de beschouwer weer veilig uitstappen.